De grens voorbij: 65 van Walcheren

Oh god, daar sta ik dan. Het is zes uur ’s ochtends in ons huisje op Landal Kamperland. Terwijl ik mijn outfit voor de race probeer aan te trekken, doe ik een ontdekking: Toet (de hond) is vorig jaar zomer geschoren en blijkbaar hangen de plukken haar nu nog steeds aan mijn hardloopbroekje. Ik had hem echt gewassen, maar die haren zijn blijkbaar hardnekkig.

Die broek gaat dus niet aan. Wat heb ik nog meer mee? Gelukkig heb ik op het laatste moment nog een blauw kort broekje met een binnenbroek in mijn tas gegooid. Vorige week droeg ik een broekje zonder binnenbroek in de wind en ik kan je vertellen: dat gebeurt NOOIT meer. Het was simpelweg accepteren dat de mensen achter mij waarschijnlijk de contouren van mijn billen hebben kunnen bestuderen. Dat voortdurende gehijs aan die broek was verschrikkelijk. Het alternatief was een lange broek waarvan het koordje lam was, dus de keuze was snel gemaakt. Ondanks de voorspelde kou had ik verder alleen korte kleding mee. Gelukkig smeet ik last-minute nog wat sleeves en oorwarmers in mijn tas; toen wist ik nog niet dat ik die keihard nodig zou hebben.

Voorbereiding (of het gebrek daaraan)

Mijn voorbereiding liet eerlijk gezegd wat te wensen over. We waren een weekendje weg en op de een of andere manier betekent 'genieten' voor mij dan toch vooral lekker eten, snoepen en drinken. Het bier verving ik braaf door 0.0, maar de avond van tevoren besloten we toch een gigantische borrelplank als avondeten te doen en de avond ervoor hamburgers en friet. Ach ja, de rest van de week was mijn voeding prima, dus waarom zou ik me druk maken? Ik loop vaker prima rondjes op een dieet van friet en hamburgers. Mijn darmen zijn meestal wel oké, al begon ik even te twijfelen toen mijn toiletbezoek die ochtend niet bepaald florissant was. Maar goed: alles wat eruit is, hoeft er onderweg niet meer uit, toch?

Ties was inmiddels wakker en al snel volgde de rest. Ik werd opgehaald door Bjorn en Kevin. Bjorn zou eigenlijk meelopen, maar zijn rug begaf het een week eerder bij het uitruimen van de wasmachine. Een geluk bij een ongeluk voor ons, want hij werd onze persoonlijke held: hij voorzag ons de hele route van eten, drinken en prachtige foto’s! Navigeren hoefde gelukkig niet, want bij het naar de auto lopen liep ik al direct de verkeerde kant op. En daarbij was mijn horloge met het gebruiken van de GPX een paar weken terug volledig gecrasht, dus ik durfde dat überhaupt niet aan. De zenuwen sloegen toe. Wat als ik onderweg naar de wc moet? Wat als ik te weinig eten heb? Gelukkig stelden wat appjes me gerust: gewoon genieten, ik kan dit. Een positieve mindset is voor mij allesbepalend.

De start: Een valse landing

We gingen van start en precies bij het eerste stoeprandje klapte mijn enkel dubbel. Je kent het wel: dat gevoel dat je enkel haaks op je voet staat. Ik hinkte de trap op en Kevin riep optimistisch dat ik het er wel uit zou lopen. Ik probeerde zo normaal mogelijk te doen, tot ik mijn knie begon te voelen. Shit, niet ook mijn knie hè... "Geen aandacht aan geven, Eline," sprak ik mezelf toe. Alles wat je aandacht geeft groeit, dus: billen bij elkaar en gas erop!

We startten in de duinen, op het parcours van de Kustmarathon. Normaal maak ik dit deel niet zo bewust mee omdat het dan de laatste kilometers zijn, maar nu was het de start. Omhoog en omlaag, naar het hoogste punt van Zeeland. Bij een ultra houdt iedereen zich koest bij de klimmetjes; wij besloten die stukken gewoon te wandelen om onszelf niet op te blazen. De zon scheen onverwacht heerlijk in ons gezicht, dat was maar goed ook want de Zeeuwse kustwind liet zich ook zien. De duinen, het strand, de zee... ik genoot volop. Zeeland is zo prachtig!

Kevin had helaas al vroeg last van blaren die hij tijdens het trainen had opgelopen. Het was zo erg dat ik zijn blaren in mijn gedachten (of was het echt?) hoorde squeezen. Net voor Zoutelande gingen we het strand op. Waar je bij de Kustmarathon vaak tegen het hoogwater vecht, was het zand nu goed te doen. Toch vergis ik me altijd weer in die hoogtemeters in de duinen. Dat kun je bij ons op het vlakke land simpelweg niet trainen, zelfs een viaduct bootst dat niet na.

De automatische piloot

Bij Dishoek kwam Bjorn ons weer tegemoet met volle bidons. Mijn tempo voelde goed en mijn hartslag bleef laag, waardoor ik echt kon opgaan in de omgeving. In Vlissingen stond Bjorn er voor de tweede keer. Ik sloeg de stop over; ik had net een gelletje op en mijn bidon zat nog vol. Richting Ritthem ging ik op de automatische piloot. De zon in mijn rug werd warm terwijl we wegbuigden van de kust. Op 27 kilometer voelde alles nog top, al twijfelde ik over mijn schoenen. Ze zaten minder lekker dan mijn oude paar, maar aangezien ik er eerder 34 kilometer pijnvrij op had gelopen, probeerde ik die gedachte te bannen.

Op de helft stond Angela (de vriendin van Kevin) met de kinderen te wachten. Wat een heerlijke verrassing! Die positieve energie deed ons goed. Ik bleef maar lachen; ik voelde me nog zo sterk. Van Middelburg naar Veere heb ik geen actieve herinnering, ik liep gewoon meters zonder na te denken.

De man met de hamer?

Eenmaal de 40 kilometer gepasseerd, besefte ik dat ik nog steeds overhad. Het zware stuk over het strand met wind tegen moest nog komen, maar de 'man met de hamer' bleef uit. Bij de 40-kilometerpost wisselden we weer bidons, om erachter te komen dat ik de verkeerde had gepakt en Kevin de mijne al had leeggedronken. Ik gaf hem de zijne terug; ik wilde niet riskeren dat ik slecht zou reageren op sportdrank die ik niet kende. Een extra gelletje dan maar.

Via de vesting en een donker tunneltje, waar ik even gedesoriënteerd raakte liepen we verder richting Vrouwenpolder. Ik keek daar enorm naar uit, want bij kilometer 47 zouden mijn kinderen en Pieter staan. Ik wist niet of ik zou gaan janken van geluk of gewoon heel hard zou lachen. Pieter was nergens te bekennen. En we namen weer kort een momentje met Angela en de kinderen. Pieter stond verkeerd geparkeerd (blijkbaar behoorlijk 'asociaal' midden op straat, hoorde ik achteraf), maar kwam nog net op tijd aangerend voor een kus. De kinderen zaten nog in de auto, hij had helaas geen tijd meer om die nog uit de auto te halen.

De laatste loodjes over het strand

Vanaf Vrouwenpolder gingen we het strand op en liet ik Kevin gaan. Zijn blaren en het mulle zand braken hem op. Ik twijfelde enorm; ik wilde zo graag samen finishen. Maar zijn tempo was niet meer het mijne en het kostte me te veel energie om in te houden. Ik dacht: als ik voor hem uit loop, gaat zijn vuurtje misschien weer branden. Kevin wil namelijk nooit van mij verliezen.

Ik zette mijn muziek op en zocht naar de harde stukken nat zand. Dat was behoorlijk pittig. Je zakte steeds weg en het vinden van een ritme was een uitdaging. De wind was inmiddels aangetrokken tot zo’n 35 km/u, een flinke bak tegenwind, het feit dat ik er nu alleen voor stond, maakte het ergens nog mooier. "Nog één stuk strand en dan heb je wind mee!" riep iemand. Wind mee? Nou, het werd alleen maar zwaarder.

De kilometers en de hoogtemeters in de duinen begon ik af te tellen. Nog 5... nog 4... In de laatste kilometers stonden Pieter en de kindjes weer. Ik kreeg een dikke knuffel van Kaat. Pieter wilde me nog een gekookt ei geven, wat ik vriendelijk afsloeg, daar moest ik op dat moment echt niet aan denken en is ook alles wat je niet nodig hebt op zo’n moment, maar het was wel heel schattig en goed bedoeld.

Bij de laatste kilometer appte ik dat ik er bijna was. Pieter kwam me tegemoet en rende het laatste stukje met me mee naar de finish. Gelukkig volgde Kevin niet heel veel later met een lach op zijn gezicht!

Ik had het gedaan, we hadden het gedaan!! 65 kilometer in 6 uur en 39 minuten. Negende van alle vrouwen en een ervaring rijker. Ik heb intens genoten!

Vorige
Vorige

2e tijdens mijn 2e 1/8e triathlon!

Volgende
Volgende

New level unlocked: rennen met hond