2e tijdens mijn 2e 1/8e triathlon!

“Je hebt altijd een keuze,” spreek ik mezelf een week voor de 1/8 triathlon toe. De keuze om gewoon niet te gaan. De vorige keer dat ik hieraan meedeed, was alles nieuw. Letterlijk álles. Ik zwom schoolslag omdat ik de borstcrawl simpelweg nog geen 50 meter volhield. Ik had een fiets van Marktplaats voor 200 euro die eigenlijk rijp was voor de schroothoop, en via Vinted had ik voor een tientje een trisuit gescoord. Omdat ik totaal niets verwachtte en het gewoon eens wilde meemaken, voelde ik nul druk. Ik had pas door dat ik vierde lag toen mijn vader bij de wissel naar het lopen schreeuwde: “Loop toch door!” Terwijl ik dacht: Gast, ik moet ook nog hardlopen, wat denk je zelf? Die finish was geweldig; ik werd inderdaad vierde vrouw. Hoe ik dat voor elkaar had gekregen wist ik niet, maar het smaakte naar meer.

Langzaam verving ik mijn spullen voor beter materiaal. Omdat ik me inmiddels had ingeschreven voor de Ironman 70.3, leek het me handig om dit seizoen nog een keer te oefenen met de wissels. Dus schreef ik me twee jaar later opnieuw in voor deze triathlon. Wist ik veel dat de faalangst die ik vroeger altijd had, ineens weer de kop op zou steken.

Ik begon met triatlons omdat ik wilde genieten van het sporten in de buitenlucht. Maar hoe beter ik werd, hoe groter de angst werd om in mijn eigen ogen ‘niet goed genoeg’ te zijn. Ik probeer mezelf los te maken van de uitslagenlijsten en mijn doel helder te houden: de finish halen met een lach, zonder blessures. Vooral omdat ik een week later aan de start zou staan van de Ironman, het doel waarvoor ik écht getraind had. Bij een 1/8 triathlon houd je immers heel andere tempo’s aan dan wanneer je die afstand vier keer moet afleggen.

Toch begon het te kriebelen. Ik wist dat ik veel beter was geworden dan die allereerste keer. Hoewel je altijd afhankelijk bent van wie er nog meer aan de start verschijnen, vroeg ik me af: zou het podium erin zitten? Ik besloot er gewoon voor te gaan. Hoe groot de kans ook was dat het niet zou lukken, dan had ik voor mezelf in elk geval helder welke progressie ik had gemaakt.

Voor mijn verjaardag had ik een nieuw trisuit gekocht van 180 euro. Speciaal voor de Ironman, maar vandaag een perfecte testrit. Mijn startnummer hadden we een dag eerder al opgehaald, waardoor ik de avond van tevoren alles rustig klaar kon leggen. Als verjaardagscadeau had mijn zusje mij meegenomen naar een vrouw die mijn haar had ingevlochten; van die kleine vlechtjes die ik vroeger ook had als ik op kamp ging. Ik wist dat ze zeker twee weken zouden blijven zitten. Ik had met die vlechtjes zelfs mijn laatste sollicitatiegesprek gedaan. Dat voelde gek, omdat ik er totaal niet uitzag als mezelf, maar gelukkig werd ik gewoon aangenomen.

De avond voor de race sliep ik goed. Ik kan tegenwoordig veel beter relativeren dan vroeger; toen had ik zeker piekerend in bed gelegen terwijl ik de uren op de klok weg zag tikken. Volgens mijn standaard ritueel laadde ik de fiets in de auto en reed naar de parkeerplaats. Omdat ik graag ruim op tijd ben en Pieter niet vanaf 10:00 uur met de kinderen wilde laten wachten, ging ik alleen met de auto. Zij zouden later op de fiets komen, het voordeel van een ‘thuiswedstrijd’.

Vergeleken met de eerste keer wist ik nu precies hoe ik mijn spullen neer moest leggen in de wisselzone. Ik raakte aan de praat met een vrouw van rond de 40 die voor een van de eerste keren meedeed. We hadden een leuk gesprek over de fietsen en hoe fijn het is om zoveel buiten te zijn. Toch voel ik me altijd een beetje onzeker als ik moet wachten. Ik heb snel het gevoel dat mensen iets van me vinden; het liefst sta ik tot de start dan ook even niet tussen de massa.

Ik liep naar het startvak en voelde even aan het water. Ik wilde vooraan starten om niet in de ‘wasmachine’ terecht te komen. Net voor de start trof ik Pieter en de kids nog even. Super leuk! En toen... PANG! Het startschot.

Ik rende zo ver mogelijk het water in en startte aan de linkerzijkant. Ik raakte een voet en probeerde rustig te zwemmen, zoals ik de laatste tijd in het buitenwater had geoefend. Maar ik kon mijn draai totaal niet vinden. Het voelde onrustig; elke slag was ik bezig met waar ik heen ging. Pas tegen het einde kwam de rust terug. Groot was de boost toen ik het water uitkwam en hoorde dat ik de eerste dame was! Mijn drive stond direct aan. De kinderen moedigden me aan en tijdens het wisselen zag ik de tweede dame al: die met de supersnelle tijdritfiets. Ach, wat maakt het uit, dacht ik, ik ga gewoon proberen vol gas te fietsen.

Grappig genoeg was ik met de fiets uiteindelijk maar 1 minuut en 40 seconden sneller dan de vorige keer. Toen reed ik 33,9 gemiddeld, nu 35,5. Een mooi verschil, al valt het in de totale tijd mee. Dit keer had ik aerobars en een nieuwe fiets en dat zorgde ervoor dat alles net wat soepeler ging, terwijl ik de vorige keer echt helemaal ‘stuk’ ging.

Ik werd al snel ingehaald door de dame op de triathlonfiets en probeerde haar bij te houden. Dat lukte aardig, tot er plotseling koeien op de weg liepen en ik vol in de ankers moest. Ik bleef aanzetten en was blij met mijn fietstijd. De wissel ging razendsnel en het lopen kon beginnen. Ik had de nummer één nog in het vizier, maar ik kon echt niet harder dan ik al deed. Op dat moment besloot ik: een tweede of derde plek is ook goed.

Op het registratiepunt halverwege het loopparcours gebeurde er iets geks: mijn voorgangster sneed een stukje af en miste het meetpunt. Persoonlijk vind ik dat je dan gediskwalificeerd moet worden, maar goed, het scheelde misschien een paar meter en had voor de uitslag waarschijnlijk weinig verschil gemaakt. Ik finishte en was zó ontzettend trots op mezelf. We sloten de dag af met een welverdiend biertje in de zon, kletsten wat na met bekenden en wachtten op de prijsuitreiking. Het was een meer dan geslaagde dag!

Volgende
Volgende

De grens voorbij: 65 van Walcheren