In 4 Maanden van 0 naar de Halve Marathon
In vier maanden tijd ging ik van 3 kilometer met de tong op mijn schoenen naar een halve marathon! Nooit gedacht dat ik ooit één haar op mijn hoofd zou hebben die het leuk zou vinden om een halve marathon te lopen. Ik haatte rennen zo erg, en toch deed ik het. Het doel van hardlopen was voor mij ontspanning en buiten zijn, maar ik bleef een bepaalde prestatiedrang voelen. Of in ieder geval een doel waar ik graag naartoe zou willen werken. Hoever kan ik gaan? Hoe snel kan ik gaan? Wat kan mijn lichaam aan?
Toen mijn vriendinnen in december vroegen of ik mee wilde doen met een halve marathon, voelde dat te-ver-van-mijn-bedshow. De datum had ik wel vast in mijn agenda gezet: 19 maart. Lang niet meer naar omgekeken, maar wel doorgegaan met lopen. Op 24 februari wilde ik mezelf uitdagen. Ik reed naar mijn ouders met de kindjes en vroeg of mama even wilde oppassen, zodat ik een ronde kon lopen. Ik wist nog niet welke ronde ik zou doen, maar al snel bleek het in de polder flink te waaien en ging ik een hele andere kant op dan normaal. Ik maakte de ronde af en kwam uit op 14 kilometer. Dit was mijn PR qua afstand.
Daarna werd gevraagd of ik niet mee wilde doen met de halve marathon, begon ik te twijfelen. Waar ik hiervoor absoluut geen interesse had, begon ik nu te twijfelen. Het was wel kort dag, maar trainen voor een halve marathon zou voor mij toch nooit leuk worden. Ik schreef me in. De paniek kwam al snel, want het was al over ongeveer drie weken. Wat had ik mezelf in mijn hoofd gehaald!?
Nu moest ik toch echt serieus gaan trainen. Ik plande een duurloop van 20 km. Tot 16 kilometer liep ik vlot, maar daarna werd het zwaar, vooral mentaal. Ik was zo dicht bij huis en kon gewoon niet meer doorlopen. Na 18 km stopte ik. Ik liep op een stabiel tempo en hartslag. Daarna werd ik ziek. Ik perste er nog een intervaltraining uit en twee loopjes van 10 km. Er spookten veel gedachten door mijn hoofd. "Als je 18 km kan lopen, dan kun je 21 ook." "Wat is nu 2 uur van je leven?" "Je lichaam kan dit echt volhouden." Maar de onzekerheid sloeg ook toe: "Wat moet ik eten, de race is pas om 12 uur, normaal loop ik op een lege maag." "Wat als ik overprikkeld raak door alle mensen die meelopen?"
Ik had voor mezelf besloten dat mijn enige doel zou zijn om de race uit te lopen. Geen tijdsdruk, geen andere doelen. Alleen uitlopen, dat moet toch wel lukken?
Mijn omgeving verklaarde me ondertussen voor gek, maar ik kreeg ook veel support en positiviteit. Stiekem was ik blij dat ik niet meer voorbereidingstijd had, want wat is dat killing, die onzekerheid of je het wel of niet zou halen.
De dag voor de halve marathon brak aan. Ik had een nieuwe broek via Vinted besteld, die net op tijd binnen was, en had een shirt met korte en lange mouwen klaargelegd. Het was nog steeds onduidelijk wat het weer zou doen. Om half 11 zouden we de trein nemen. De nacht met de kindjes was onrustig, gelukkig had Pieter veel op zich genomen, ook al had hij de buikgriep. Om 6 uur werden de kindjes wakker, wat best prettig was, want daardoor kon ik rustig mijn ochtendritueel doen zoals ik gewend was. Koffie drinken, de kindjes eten geven en ontbijt maken voor mezelf, iets wat ik normaal nooit doe. Ik was zo bang dat het niet goed zou vallen. Of dat al het eten van de dag ervoor verkeerd zou vallen. Je leest namelijk van alles op internet over koolhydraten stapelen, en je gaat er gewoon in mee. Mijn probleem is dat als ik veel koolhydraten eet, ik ook heel veel zin krijg in snoep en ongezond eten. Ach, ik gaf er lekker aan toe. Ik pakte nog een extra eiwitreep met 20 gram vezels. Vervolgens las ik op internet dat je vezels zo veel mogelijk moet vermijden. TE LAAT, ik had de reep al op. Als ontbijt koos ik voor skyr met een halve banaan en cashewnoten, omdat ik wilde voorkomen dat ik een koolhydratenpiek zou krijgen en daarna weer in een dal zou zakken. Doordat ik zwangerschapssuiker heb gehad, weet ik wat suikers met je lichaam doen en merk ik ook dat ik daar last van heb.
Pieter ging al vroeg met de kindjes naar zijn ouders, en ik kon me thuis nog even focussen op mezelf. Naar het toilet, al wel 3 keer; toch een beetje spanning die eruit kwam. Vroeger werd ik altijd ziek van de stress rondom turnwedstrijden, met hevige diarree, en dan kon ik niet meer presteren. Omdat ik weet dat dit kan gebeuren, ben ik daar altijd extra bang voor. Gelukkig kon ik mezelf vullen met positieve gedachten.
Het was zo fijn om met een groep naar dit evenement te gaan, de rest was ongeveer net zo zenuwachtig als ik. We haalden ons startnummer op en kleedden ons om. Ik koos voor mijn korte shirt, want de zon scheen!! Nog even snel naar de dixi. Wow, wat was dat heftig. Ik moest bijna kotsen toen ik naar binnen stapte; alle angstpoepjes van de lopers! Ik dacht: dit kan ik toch niet aan, wat een verschrikkelijke lucht! Met mijn adem ingehouden deed ik snel mijn laatste plasje.
We gingen met z’n allen naar het gele startvak en wachtten tot we konden starten. Horloge klaar, muziek op, en daar gingen we! Wat was ik blij met mijn noise-cancelling koptelefoon, daardoor bleef ik in mijn eigen bubbel en had ik geen last van de mensen om me heen. Het deed me goed om in een groep mee te rennen. Ik had dit nog nooit ervaren, want ik liep altijd alleen. Het voelde alsof we met z’n allen een taak hadden en dat was die godverdomse eindstreep halen.
De eerste kilometer ging snel, precies wat ik niet wilde: te snel starten. Het ging vanzelf. Het tempo van de anderen, de sfeer, de euforie; ik liep goed door. De eerste kilometers moesten we een aantal hellingen omhoog, shit, dat had ik niet geoefend. Dit gaat me de kop kosten, dacht ik. Gelukkig liep ik achter Ingrid, zij had een heerlijk tempo. De eerste brug was raar; de brug wiebelde, waardoor lopen heel gek voelde.
De eerste 5 km gingen lekker. Ik had me voorgenomen onderweg niet te drinken, maar natuurlijk neem je gewoon een slok als ze water uitdelen. Ik nam een heel klein slokje en liep meteen door. Daar verloor ik Ingrid uit het zicht. Nu was ik op mezelf aangewezen. De brug terug was prachtig. Ik had geen telefoon mee, anders had ik een foto gemaakt. Nu maakte ik een "geheugenfoto". De zon brak door en het water schitterde. Voor me liep een hele stoet mensen, echt adembenemend. Ik denk dat ik vanaf dat moment in een runner's high kwam, dat waar je veel over leest, maar nooit weet of je het ooit hebt meegemaakt.
Ik vond een paar lopers met een fijn tempo en bleef bij hen lopen. Ik voelde me goed. De eerste 10 km zaten erop, bijna op de helft. Het was zwaar, maar ik wist dat ik het zou kunnen. Mijn tempo was constant, net als mijn hartslag. Die was wel hoog, maar ik had er geen last van. Ik begon uit te rekenen dat ik met dit tempo onder de 2 uur zou kunnen finishen. Dat zou toch ook wel heel tof zijn! Het was niet mijn doel, maar het werd op dat moment een soort doel. Vanaf toen begon het aftellen: nog 9, nog 8, nog 7. Het werd niet makkelijker. Na 15 km dacht ik: nou, dit zou ook prima zijn geweest. Maar ik wist dat ik de 18 ook kon halen, dus dat zou ik vandaag zeker kunnen. Na de 18 km waren het er nog maar 3, een rondje Zandkant, mijn allereerste hardloopronde, die waar ik met mijn tong op mijn schoenen liep. Die kan ik er nu toch ook nog wel bij doen? Zo moe was ik nog niet, niet zoals toen.
Maar, wow, wat waren die laatste kilometers zwaar en wat duurden ze lang. Ik kreeg kippenvel, alsof ik aan de drugs zat. Ik wist niet of dat een goed of slecht teken was. Later bleek dat de laatste 3 km omhoog waren. Ik kwam nauwelijks meer vooruit, maar toen zag ik ineens de finish. Ik trok een laatste sprintje en kwam over de streep. Ik stopte mijn horloge en zag 1:59! Dat meen je toch niet? Zou ik echt onder de 2 uur hebben gelopen? Dat is het doel voor veel hardlopers: een halve marathon onder de 2 uur. Had ik dat echt gehaald?
Ik was alleen, zonder telefoon. Ik nam mijn medaille in ontvangst, dronk wat water en ging op zoek naar Suus en Ingrid. Ik wist dat zij net achter me zouden lopen, en ja hoor, daar kwamen ze! Zo trots!! We f*cking did it!! Hoe hou je het voor mogelijk?
Ik weet nog dat Fieke tegen me zei dat je niet aan me kon zien dat ik net een halve marathon had gelopen. Ik vond dat echt een compliment, want ik voelde me ook nog best goed. Na een paar minuten voelde ik wat knisperen aan mijn teen en ontdekte ik dat die helemaal paars en dik was. Ach, dat is een zorg voor morgen. Eerst een biertje drinken en napraten met mijn vriendinnen.