Mijn allereerste Trailrun en Toertocht
De hel van Schijndel en de Sint Antonis Trailrun
Daar stond ik dan, met mijn fiets in mijn handen, door mijn goede gedrag en het slechte vermogen om ‘nee’ te zeggen. Vorige week had ik namelijk ‘ja’ gezegd tegen een toertocht van 100 km. Het was vrij impulsief, vooral omdat ik die week ervoor voor het eerst een rit van 55 km had gefietst. Dat ging aardig, en ik had aangegeven wel te willen trainen om ooit mee te doen aan een toertocht. Dit was overigens pas mijn tweede rit met klikpedalen en een fatsoenlijke fietsuitrusting. Pling, daar ging mijn telefoon: "Volgende week is er een tocht in Schijndel, ga je mee?" Aangezien ik kon, zag ik geen reden om nee te zeggen. Behalve dat ik de dag ervoor voor het eerst een trailrun zou lopen, iets wat ik nog nooit had gedaan en waar ik misschien van moest herstellen? Dat kwam op dat moment alleen niet in me op.
We fietsten naar Schijndel, en daar kwam ik erachter dat de tocht de 'Hel van Schijndel' heette en dat al mijn vrienden waren afgehaakt vanwege de naam. Oké, shit, wat doe ik hier dan?! Ik ben helemaal niet zo getraind als de rest. Gelukkig zou het droog blijven tot de middag. Toen ik even logisch nadacht, besefte ik dat we waarschijnlijk 4 uur zouden fietsen. Holy moly, hoe ga ik dat mentaal volhouden? Lichamelijk wist ik wel dat het goed zou komen, maar fietsen is voor mij vooral een mentale strijd. We fietsten weg en gingen al snel verkeerd. De route werd ingesteld op de fietscomputer, en we verlieten Schijndel. Het begin was zwaar, want ik wist nog niet goed hoe je schakelt op een racefiets. Gelukkig werd mijn fiets goed afgesteld en leerde ik schakelen. Het ging steeds makkelijker. Mijn benen waren nog wel wat stijf door de trailrun van de dag ervoor, die overigens mega goed ging. Het was wel afzien! Door het mulle zand, bergje op bergje af, door de bossen, over boomstronken heen. Gelukkig bleef mijn neef bij me, anders was ik zeker zes keer omgedraaid en naar huis gegaan. Ik vond het echt NIET leuk op het moment zelf. We startten veel te snel, onder de 5 minuten per kilometer. Zo snel loop ik echt nooit. Het ging alles behalve vanzelf. Genieten zat er niet in. Totdat we over de helft waren. Toen begon het aftellen, stap voor stap, je komt er wel. We liepen de finish over, en daar stond mijn oom, supertrots. Zo leuk! Ik liep zelfs een PR op 5 km tijdens een trailrun, iets wat eigenlijk niet zou moeten kunnen. Dit geeft wel aan dat ik tijdens normaal hardlopen nog niet alles uit mezelf haal. Niet dat ik nu zin heb om harder te gaan trainen, trouwens.
Dan terug naar de fietstocht, waar ik wél kon genieten van de natuur. De kersenbomen stonden in bloei, de lammetjes in de wei, en ik hou ervan om in de middle of nowhere te zijn. De hele route ging door niemandsland. Het verbaasde me hoe mooi het daar was, zo dicht bij huis. Ik hield mijn hartslag stabiel, en het tempo zat er goed in. We hadden fijn gezelschap en fietsten zo een flink aantal kilometers weg. Opeens begon het te knellen bij mijn zitvlak. Shit, ik had een string aangetrokken, en volgens mij is dat niet echt de bedoeling onder een fietsbroek. We stopten bij een bosrand, zodat ik hem uit kon doen. Het ging een beetje stuntelig, daar halfnaakt in de bossen, maar ik was blij dat hij uit was en we verder konden.
Er stond flink wat wind tegen, maar wind tegen betekent ook stukken wind mee, en die waren echt heerlijk. We stopten bij een havenrestaurantje en namen een tosti. Maar fietsen na het eten, kan ik dat? Ik wist het niet, maar ik wist wel dat mijn lichaam eten nodig had. In de ochtend had ik alleen twee gebakken eieren op. Het laatste stuk ging fantastisch, met de wind mee en het vooruitzicht dat je bijna klaar bent. Heerlijk! De laatste paar kilometer belandden we in een flinke regenbui, maar dat maakte toen niet meer uit. We dronken een biertje en sloten de dag af. Intens, mijn schouders deden pijn, maar verder voelde ik me goed!