Deel 1: Zeur niet, je krijgt een baby toch?

Het blijft een moeilijk onderwerp om over te praten. De traumatische bevalling niet – die is overduidelijk. Er is een spannend moment, iedereen snapt dat het heftig is en je mag het daardoor moeilijk hebben. Je ontvangt veel steun en begrip.

Maar een prenatale of postnatale depressie? Dat is iets wat ik in mijn omgeving heb ervaren als iets wat er eigenlijk niet echt ‘mag zijn’. Je moet genieten van je verlof, van de kleine, van de tijd samen. Genieten? In mijn hol. Ik zal dit nooit meer tegen een kersverse moeder zeggen. Want voor mij was er de twee keren geen genieten aan.

Ik vond het zwanger zijn niet fijn. Maar klagen? Dat mocht niet. Ik had immers iets waar anderen naar verlangden. Dat kreeg ik ook letterlijk zo te horen. Dat ik 45 kilo aankwam? Dat was vast mijn eigen schuld, want "vrouwen die dik worden in de zwangerschap vreten gewoon te veel". Wat?! Ja, je hoort het goed. Zulke opmerkingen zijn blijkbaar normaal. En natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar het feit dat dit letterlijk tegen mij gezegd werd, heeft me veel pijn gedaan.

“Je zal wel gewoon heel veel hebben gegeten.” Had ik maar. Dan had ik mezelf volgestouwd met de Mac, chips, taart en frikandellen – dan waren die kilo’s er tenminste met genot aan gekomen. Sterker nog: als dat het geval was geweest, had ik in die maanden tijd ongeveer 2025 frikandellen moeten eten bovenop mijn dagelijkse caloriebehoefte.

Nee, deze kilo’s kwamen er razendsnel aan door een samenloop van omstandigheden. Mijn hormonen lagen overhoop, mijn schildklier werkte veel te traag. Maar voordat een huisarts of verloskundige je daarin serieus neemt, ben je zeven maanden zwanger. Dan durf je al niet eens meer op de weegschaal te gaan staan. Uiteindelijk mocht ik bloed laten prikken – pas toen. En het is niet alsof schildklieraandoeningen niet in de familie voorkomen.

Nee, wat je hoort is: “Maak maar een afspraak bij de diëtist.” Alsof ik niet weet wat gezonde voeding is. Ik sportte mijn hele leven, heb crossfitwedstrijden gewonnen, een sportopleiding gedaan, mensen begeleid met afvallen. Maar goed, misschien had die diëtist een geheime truc die ik nooit eerder heb gehoord?

Alsof het allemaal nog niet genoeg was, kreeg ik zwangerschapsdiabetes. Mijn bloedsuiker was constant te laag. Een continue strijd tussen moeten eten, niet te veel willen eten en vooral gezond willen eten. Want als je ongezond at, voldeed je aan het beeld dat mensen tóch al over je hadden.

Mensen oordelen zo snel, zonder het hele verhaal te kennen. En eigenlijk zou het je niks moeten kunnen schelen. Maar probeer dat maar eens vol te houden als je in een paar maanden tijd je lichaam niet meer herkent. Natuurlijk heb ik ongetwijfeld meer gegeten dan mijn lichaam nodig had – met een trage stofwisseling en weinig beweging. Maar de context telt. En die ziet bijna niemand.

Bij de eerste zwangerschap kon ik niet genieten. Het kwam onverwacht. We woonden niet samen, we waren nog niet toe aan die fase van het leven. Toch besloten we ervoor te gaan. Ik zette een knop om. Moeder worden? Dat wilde ik wel heel graag, alleen kwam het nu net iets eerder. Een ding wist ik wel, als we het doen, doen we het goed!

Ik vergat mezelf, mijn emoties en mijn behoeften. We moesten nog gaan samenwonen, het nieuws van de zwangerschap was als een klap en ondertussen werkte ik 32 uur en deed een master Psychologie. Ik wilde afstuderen vóór de baby kwam, verdedigde mijn scriptie met 34 weken. Master binnen. Ondertussen werkte ik aan grote projecten op mijn werk en die druk werd me te veel. Net voor mijn verlof stortte ik in.

Ik was moe, bewegen lukte niet meer. Alles bij elkaar was het een perfect recept voor mentale uitputting. Ik waarschuwde vriendinnen: “Houd me in de gaten, ik ben bang voor een depressie.” Maar toen Ties werd geboren, duwde ik alles weg.

Hij was prachtig. Een extra luikje in mijn hart ging open. Zoveel liefde. Dit ventje, dat hadden we samen gemaakt. Het was echt liefde op het eerste gezicht!

Ik ging mee in alles wat ‘normaal’ is. Werken, zorgen, doorgaan. Dit keer met 45 kilo extra. Door corona kon ik veel online doen – dat was fijn. Ik durfde in die tijd toch geen nieuwe mensen te ontmoeten, bang voor wat ze zouden denken. We besloten een huis te zoeken. En omdat ik me niet lekker voelde in mijn lijf, stelde ik afvallen uit. Bang dat het weer mis zou gaan bij een tweede zwangerschap.

Ik scheel zelf maar 1,5 jaar met mijn zusje en hoopte dat mijn kinderen ook zo’n band zouden krijgen. We gingen snel weer proberen. En ja hoor – meteen raak. 17 maanden leeftijdsverschil. Prima toch?

Deze zwangerschap was anders. Ik viel nu onder de categorie ‘obesitas’, dus extra controles. Mijn bloedsuiker was weer te laag. En zwanger zijn met een peuter erbij? Veel pittiger. In juni kregen we de sleutel van ons nieuwe huis en ik was uitgerekend in augustus.

Ik sliep slecht, was uitgeput, en sociaal contact onderhouden lukte nauwelijks meer. En toen ging het mis.

Plotseling werd ik ziek, ik was op dat moment 34 weken zwanger. Mijn placenta liet los. Vijf minuten later in het ziekenhuis en Kaat had het niet gehaald. Ze ademde niet bij de geboorte. Alles werd uit de kast gehaald. Met spoed naar de NICU in Veldhoven. Daar knapte ze gelukkig snel op. De zorg voor haar was geweldig.

Maar de zorg voor mij? Die liet achteraf gezien veel te wensen over.

Thuis stortte ik in. De borstvoeding, zorgen voor Ties, zorgen voor mezelf, alles kwam tegelijk. Ik was ongelukkig. Ongelukkig in het moederschap. Ongelukkig met mezelf.

Wordt vervolgd.

Vorige
Vorige

Spontaan. Zwaar. Onvergetelijk. Mijn marathon in 3:33

Volgende
Volgende

CANICROSS - 3km